De toegankelijkheid van de woningmarkt staat onder druk. Wonen in de Metropoolregio Amsterdam – en in het bijzonder in de stad – wordt voor steeds meer bewoners een onbetaalbaar en onhaalbaar doel. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt. Voor bewoners die werkzaam zijn in de stad worden de afstand en kosten van het woon-werkverkeer steeds groter. Lokale werkgevers hebben hierdoor moeite personeel te vinden, wat leidt tot tekorten in sectoren die cruciaal zijn voor de stad en haar inwoners, zoals het onderwijs en de zorg. In dit onderzoeksprogramma worden de cumulatieve gevolgen van de ontwikkelingen op de grootstedelijke woningmarkt voor verschillende groepen en levensdomeinen onderzocht. Centraal staat de vraag naar aangrijpingspunten om de cumulatieve gevolgen van de toenemend ontoegankelijke woningmarkt in de stad tegen te gaan.

Dit onderzoeksprogramma is momenteel in voorbereiding en gaat in september 2022 van start onder leiding van Dorien Manting (hoogleraar Bevolking en Ruimte aan de UvA) en Stan Majoor (lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken aan de HvA).

Uitvoering programma sep ’22 – dec ’23: inhoudelijke focus op hoofdlijnen

Behouden voor de stad: Gevolgen van tijdelijke woon- en arbeidscontracten op de kansen van stedelijke jongvolwassenen

Steden zijn historisch gezien altijd magneten geweest voor jongvolwassenen die er arriveren voor studie en werk. Maar ook jongvolwassenen die in Amsterdam geboren en opgegroeid zijn, zijn cruciaal voor een vitale stedelijke cultuur en arbeidsmarkt. Woontrajecten van veel jongvolwassenen zijn in de huidige complexe woningmarkt grillig, onzeker en duur. Vooral het einde van een tijdelijk wooncontract vormt een cruciaal moment in de mogelijkheid zich meer definitief in de stad te vestigen.

Deze onzekerheid kan ook gevolgen hebben voor de stedelijke arbeidsmarkt. Met name in cruciale publieke sectoren kan dit bestaande tekorten aan arbeidskrachten nog verder versterken. Sommige regelingen proberen het vertrek van ‘cruciale beroepen’ tegen te houden. De eisen om daar gebruik van te maken, bijvoorbeeld (zicht op) een vast contract, zijn echter vaak streng. Er kan daarom sprake zijn van oplopende ongelijkheid in de toegang tot de stad als gevolg van de wisselwerking tussen tijdelijke contracten in de arbeids- en woningmarkt voor jongvolwassenen. 

In dit onderzoeksprogramma worden de cumulatieve gevolgen van de ontwikkelingen van tijdelijke arbeids- en wooncontracten voor verschillende groepen jongvolwassenen in verschillende levensdomeinen onderzocht op de grootstedelijke woningmarkt. Centraal staat de vraag naar hoe tijdelijke woon- en arbeidsconstructies elkaar beïnvloeden en in hoeverre interventies daarop effect hebben. Daarbij gaat het om het vinden van oplossingen om cumulatieve ongelijkheid tegen te gaan, specifiek in het domein van wonen.

De vraag is niet alleen of interventies – zoals voorrangsregelingen voor ‘cruciale beroepsgroepen’ of campuscontracten – tot ongelijkheid in andere levensdomeinen (relatie, arbeid, gezondheid) kunnen leiden, maar ook wat de gevolgen zijn voor wie daar geen gebruik van kunnen maken. Ook vragen we ons af of het behoud voor de arbeidsmarkt groter is voor mensen die wel gebruik konden maken van bepaalde interventies dan voor mensen die dat niet konden. Zijn er verschillen tussen werknemers die wel/niet gebruik konden maken van voorrangsregelingen? Het in beeld brengen van deze effecten kan ook een kritische discussie voeden over nut en noodzaak en voor- en nadelen van dergelijke interventies.

Voor het beoogde onderzoek denken we zowel aan data-analyses en het organiseren van focusgroepen om meer zicht te krijgen op ongelijkheid in de arbeidsmarkt- en woningmarktloopbaan van jongvolwassenen en de afhankelijkheid daarbij van interventies als voorrangsregelingen. Een van de opties is levensloopontwikkelingen van een aantal werknemers in cruciale beroepsgroepen te onderzoeken, met onderscheid naar werknemers die wel of niet gebruik konden maken van een interventie (omzetting naar vast wooncontract, voorrangsregeling).