Om te kunnen navigeren in verschillende domeinen van de samenleving wordt een bepaalde mate van geletterdheid verondersteld. Niet alleen talige geletterdheid – lezen, schrijven, spreken – maar ook andere vormen zoals digitale, financiële, democratische, institutionele en gezondheidsgeletterdheid, zijn nodig om te kunnen participeren in de stad. In dit onderzoeksprogramma wordt de cumulatieve relatie tussen verschillende vormen van laaggeletterdheid in verschillende levensdomeinen onderzocht. Centraal staat de vraag welke vormen van geletterdheid bevorderlijk of voorwaardelijk zijn voor volwaardige participatie, en wat ervoor nodig is om deze geletterdheid te bevorderen onder verschillende groepen in de stad.

Dit onderzoeksprogramma is momenteel in voorbereiding en gaat in september 2022 van start onder leiding van Roeland van Geuns (lector Armoede Interventies aan de HvA) en Roel van Steensel (hoogleraar Leesgedrag aan de VU). De oproep voor consortiumpartners staat open tot en met 13 april 2022 (14u).

Uitvoering programma sep ’22 – dec ’23: inhoudelijke focus op hoofdlijnen

Om te kunnen navigeren in verschillende domeinen van de samenleving wordt een bepaalde mate van geletterdheid (de vaardigheid om te kunnen lezen en schrijven) verondersteld. Een beperkte lees- en schrijfvaardigheid is een factor in sociale ongelijkheid in bijvoorbeeld participatie en/of inkomen. In Amsterdam is ongeveer 16% van de bevolking tussen de 16 en 65 laaggeletterd. Laaggeletterdheid concentreert zich in bepaalde groepen: inwoners die weinig jaren onderwijs hebben genoten en inwoners met een migratieachtergrond. Het is bovendien een intergenerationeel probleem: laaggeletterde ouders zijn niet goed in staat om de geletterde ontwikkeling van hun kinderen te ondersteunen, waardoor laaggeletterdheid vaak wordt overgedragen van ouder op kind. In een bredere definitie omvat laaggeletterdheid ook laaggecijferdheid. Geletterdheid en gecijferdheid zijn kernelementen van wat ook wel financiële geletterdheid (financial literacy) wordt genoemd: het vermogen om overeind te blijven in de wereld van geld, administratie en financiën. Daar valt dus ook onder grip hebben op de ingewikkelde financiële systeemwereld voor zover die relevant is voor het realiseren van bestaanszekerheid. Als de financiële geletterdheid tekortschiet, zijn mensen bijvoorbeeld niet in staat om aanvullende inkomensvoorzieningen (o.a. toeslagen) aan te vragen, te communiceren met crediteuren, et cetera. In de strijd tegen armoede en schulden is het streven naar het verbeteren van de financiële geletterdheid dan ook een terugkerend aspect.

Lees- en schrijfvaardigheid en financiële geletterdheid vormen twee sleutels tot maatschappelijke participatie: zijn die onvoldoende ontwikkeld, dan belemmert dat de toegang tot allerlei instituties (van onderwijs tot werk en gezondheidszorg) en verlaagt het de kans op maatschappelijk succes. In het programma Naar de letter van de stad ligt de focus dan ook op deze twee vormen van geletterdheid als basis voor maatschappelijke participatie en op de relatie tussen beide. Laaggeletterdheid en financiële geletterdheid gaan immers vaak samen: een beperkte lees- en schrijfvaardigheid belemmert het vermogen om geïnformeerde beslissingen te nemen over geldzaken. Daarnaast beïnvloedt de financiële situatie van ouders de mogelijkheid om de geletterdheid van kinderen te bevorderen. Financiële stress belemmert immers de ondersteuning die ouders hun kinderen kunnen geven. Centraal staat de vraag wat effectieve manieren zijn om de intergenerationele overdracht van laaggeletterdheid te doorbreken en financiële geletterdheid te stimuleren ten einde de maatschappelijke participatie te bevorderen. Uitgangspunt is het onderzoeken van bestaande, potentieel effectieve programma’s.Het onderzoek kan bestaan uit een evaluatie van de impact van een bestaand programma, maar ook uit een studie naar de opbrengsten van de optimalisering van een bestaande aanpak. In het programma moet aandacht zijn voor verbinding tussen beide thema’s en hun relevantie voor participatie.