Programmaleiders: Lex Veldboer ( lector Stedelijk Sociaal Werken aan de HvA)) en Henri de Groot (hoogleraar Regionaal Economische Dynamiek aan de VU)

Consortiumpartners: VU, HvA, UvA, Gemeente Amsterdam – OIS, Gemeente Zaandstad, Amsterdamse Federatie voor Woningcorporaties

Het Kenniscentrum Ongelijkheid heeft dit programma geïnitieerd om te onderzoeken wat de invloed is van toenemende ruimtelijke ongelijkheid in termen van leefbaarheid, veiligheid, mobiliteit, woonklimaat en toegankelijkheid van voorzieningen (o.a. onderwijs, zorg en vrije tijd) op de mogelijkheden om volwaardig te participeren in de stad. Het programma is gericht op de feitelijke en ervaren toegankelijkheid en binding met (verschillende delen van) de stad. Centraal staan de vragen wat ervoor nodig is om te zorgen dat iedereen zich onderdeel van de stad kan voelen, zowel bewoners binnen de ring als bewoners aan de randen van de stad, en hoe verschillende stedelijke voorzieningen waaraan de stad rijk is bereikbaar blijven voor groepen bewoners die de laatste jaren door sociaal-economische ontwikkelingen naar de randen van de stad worden gedreven.

Het onderzoeksplan voor het eerste jaar (2022): Verschraalde voorzieningen, verschraalde ontplooiing?

De aanwezigheid en kwaliteit van collectieve voorzieningen in wijken heeft invloed op de ontplooiingsmogelijkheden van bewoners in kwetsbare posities. Er leven momenteel binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zorgen dat collectieve voorzieningen in aandachtswijken kampen met (relatieve) ‘verschraling’ en ‘onderbedeling’. In dit onderzoek verkennen we of verschraling van collectieve basisvoorzieningen daadwerkelijk leidt tot verminderde ontplooiing, waarbij we een brede definitie van ontplooiing hanteren. In ons onderzoek willen de volgende deelvragen adresseren: (i) wat is er in de literatuur bekend over de rol van collectieve basisvoorzieningen in de ‘geography of opportunity’? (ii) hoe is de (ontwikkeling van) bereikbaarheid van ontplooiingsgerichte collectieve basisvoorzieningen in de MRA gespreid over de ruimte en naar verschillende bevolkingsgroepen, (iii) hoe functioneren in een aantal aandachtswijken in de MRA volgens street level professionals ontplooiingsgerichte collectieve basisvoorzieningen?, en (iv) hoe kan aan de hand van een aantal indicatoren de kwaliteit van ontplooiingsgerichte collectieve basisvoorzieningen door bewoners beoordeeld worden?