De groeiende ongelijkheid in de stad verscherpt sociale en geografische scheidslijnen. Er dreigt uitsluiting van bewoners met beperktere toegang tot economische of sociale hulpbronnen. Discriminatie – onder andere op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs – belemmert de kansen van Amsterdammers en zet de onderlinge verbondenheid in de stad onder druk. In dit onderzoeksprogramma worden mechanismes en cumulatieve gevolgen van impliciete en expliciete vormen van uitsluiting in verschillende levensdomeinen en instituties onderzocht. Centraal staat de vraag welke rol belangrijke instituties in de stad (b.v. zorg, onderwijs, lokale overheid), en in het bijzonder de professionals die daar werken, spelen bij het vóórkomen en voorkómen van expliciete en impliciete uitsluiting, en welke interventies kunnen bijdragen aan het waarborgen van een inclusieve stad.

Dit onderzoeksprogramma is momenteel in voorbereiding en gaat in september 2022 van start onder leiding van Jan Willem Duyvendak (hoogleraar Sociologie aan de UvA) en Elif Keskiner (universitair docent Sociologie aan de VU). De oproep voor consortiumpartners staat open tot en met 13 april 2022 (14u).

Uitvoering programma sep ’22 – dec ’23: inhoudelijke focus op hoofdlijnen

Diagnose

Gedurende hun leven ervaren veel mensen vormen van uitsluiting die kunnen leiden tot een accumulatie van achterstanden. Problematisch is in onze ogen met name de cumulatie van achterstanden waardoor mensen permanent in een situatie van uitsluiting verkeren. Vanuit een tijdvergelijkend perspectief moet dan ook worden bezien of mensen met tijdelijke achterstanden te maken hebben dan wel dat zij vastzitten in hun achterstandssituatie. Bij het onderzoek naar cumulatie gaat het om de mogelijke samenhangen tussen uiteenlopende vormen van impliciete en expliciete uitsluiting. Hierbij kiezen wij voor een sociologische diagnose: de accumulatie van achterstanden is niet een individueel probleem, is niet veroorzaakt door individueel falen. Gecumuleerde problemen zijn een verantwoordelijkheid van de samenleving in haar geheel want de uitkomst van systematische uitsluiting. Vandaar dat we willen stilstaan bij de rol van instituties bij het creëren en in stand houden van vormen van impliciete en expliciete uitsluiting. Hoe grijpen deze genoemde vormen van uitsluiting op elkaar in en welke mechanismen binnen en tussen instituties zijn verantwoordelijk voor het cumulatieve effect (dan wel weten cumulatie te verhinderen)? Bij vormen van uitsluiting denken we zowel aan ‘sociaaleconomische’ thema’s (opleiding, inkomen, woonplek e.d.) als aan ‘sociaal-culturele’ (etniciteit, gender, seksualiteit, handicap, leeftijd, e.d.).

Doel

Amsterdam heeft de ambitie om een inclusieve stad te zijn, waarin we enerzijds verschillen waarderen, maar anderzijds ongelijkheden tegengaan. Natuurlijk zullen er altijd scheidslijnen en ongelijkheden blijven bestaan maar het wordt problematisch als die scheidslijnen verharden, de stedelijke emancipatiemotor stagneert en individuen verantwoordelijk worden gehouden voor hun achterstand. Wij stellen dan ook voor om ons te richten op de invloed van instituties en, meer precies, op de mechanismen binnen en tussen instituties die van invloed zijn op de vorming en verharding van scheidslijnen. Doel van de onderzoeken onder deze programmalijn is het voorkomen van cumulatie van achterstand ten gevolge van institutioneel falen. Daarvoor is het nodig om (a) de mechanismen binnen en tussen instituties op te sporen die bijdragen aan creatie en cumulatie van achterstanden; (b) te begrijpen hoe vormen van uitsluiting in elkaar grijpen (of juist niet) en (c) bewustwording op institutioneel niveau te creëren en acties te ondernemen om uitsluitingsmechanismen te voorkomen. Dit is een buitengewoon ambitieuze doelstelling – om dit te realiseren, vragen wij dan ook om onderzoeksopzetten die gegrond zijn op een degelijke analyse van dergelijke mechanismen in instituties.

Aanpak

In dit onderzoeksprogramma willen we ons richten op alle mogelijke vormen van uitsluiting waarmee verschillende groepen worden geconfronteerd binnen een aantal cruciale instituties in de stad: bijv. onderwijsinstellingen, woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen, arbeidsvoorziening en sociale zekerheid, etc.

Wij zien twee benaderingen om uitsluitingsmechanismen in instituties te onderzoeken. In de eerste benadering wordt een specifieke groep door verschillende instellingen gevolgd om momenten en mechanismes van cumulatie van achterstand door systemische uitsluiting op het spoor te komen. Een tweede benadering kan erin bestaan verscheidene groepen binnen een organisatie te onderzoeken, om na te gaan hoe uitsluitingsmechanismen verschillend werken bij die groepen.